De Molen

Fier aan de ingang van camping de Molenhof, torent de molen boven alles uit. Hij staat op grondgebied van de gemeente Tubbergen, en hoort bij Reutum, maar door de ligging dichtbij Weerselo wordt hij ook wel de Weerselose Molen genoemd.

Het ontstaan van de molen staat nauw in relatie met Het Stift, 2 km zuidelijker, vlakbij Weerselo.
In 1809 bepaalde koning Lodewijk Napoleon dat de Stiftkerk te klein werd voor de groter groeiende Katholieke bevolkingsgroep en dat de Hervormden de kerk mochten hebben. De katholieken kregen geld om een eigen kerk in Weerselo te bouwen.

Door de scheiding van Staat en Kerk zetten de bisschoppen in die eeuw alles in de openbare veiling. De weduwe van de houtvester kocht de molenrechten van het Stift. Er had een windmolen gestaan op de gronden van het Stift maar die deed het allang niet meer. Zij dacht geld te kunnen verdienen met een windmolen en liet een molen bouwen met oude materialen van een andere molen. Men zegt dat de onderdelen uit een stendermolen uit De Lutte kwamen, en de onderbouw van de molen werd gebouwd met stenen van een oude stal van het Stift.

De weduwe liet de molen bouwen op een strategische plek: Op de kruising van de Oude Bornsedijk met de toegangswegen naar het Stift en de Bellinckhof. Haar doel was om geld te verdienen door voor de boeren te gaan malen. Dit was de start van de eerste bedrijvigheid in Hart van Twente!

Waarschijnlijk werd de molen in 1895 overgedragen aan molenaar Hendricus Antonius Kleijsen, na eerst lange tijd verpacht te zijn. Hendricus maalde jarenlang het meel voor de boeren en de molen is tot 2002 in het bezit van de familie Kleijsen gebleven. Naast de molen had de familie een bakkerij en tegenover de molen een café.