Hoe het ooit Begon

 

Het is een apart stukje. Tot de 19e eeuw was de woeste heidegrond. Prehistorische grafheuvels ten noorden van dit gebied, geven aan dat er al heel lang geleden mensen hier woonden. Grote delen van Nederland waren destijds onbegaanbaar doordat het te nat was. Ondoordringbare lagen keileem zorgden ervoor dat het water van de stuwwal van Ootmarsum naar deze gronden stroomde. Bij de Reutumer Weuste kwam het dan als kwelwater weer naar boven. Voor turfwinning is heel veel veen afgegraven, maar door ontwatering vanaf de 20e eeuw, stopte de veenvorming. In het Reutumer Veen en de Reutumer Weuste vindt nog wel veenvorming plaats, omdat dit beschermde natuurgebieden zijn en daar niet ontwaterd wordt.

 

Vanaf de Middeleeuwen ontwikkelde dit gebied zich. Op de hoger gelegen stuwwal gronden, vestigden zich mensen en bewerkten gezamenlijk op de akkers (essen). Mest van vee was belangrijk voor de boeren om het land elk jaar te kunnen gebruiken. De lagere groengronden waren prima voor het weiden van het vee, en de meest natte delen werden gebruikt als hooiland.

Deze nederzettingen van boeren stonden rondom de woeste bos- hei en veen gebieden. Soms kon je hier een daar op de woeste gronden een akkertje vinden; Dat noemde men de kampen. De buurtbewoners maakten duidelijke afspraken voor het gebruik van de woeste gronden (bijvoorbeeld voor kappen van brandhout) en verenigden zich in de marken. In het Markeboek stonden alle gemaakte afspraken. Loakestenen (grensstenen) bakenden de grenzen tussen de Marken af en iedereen van jong tot oud behoorde te weten waar de grenzen waren.

Vee moest natuurlijk wel binnen de eigen Marke blijven en daarom werden landweren aangelegd. Een aarden wal van ongeveer een meter hoog waardoor aan weerszijden een ondiepe greppel ontstond. Op de wal plantte men meidoorn of ander stekelige struiken, wat de houtwal deed ontstaan.